De beweging vergeten

Onlangs bevond ik mij in de keuken. Een mes in mijn handen en een pot pindakaas open voor me, netjes naast de boterham. De bedoeling was een lekkere boterham met pindakaas. Wie is er niet groot mee geworden! Het probleem was alleen dat ik het niet meer wist: hoe je een boterham smeert. Ik was al blij dat ik het mes had gepakt en stond daar een beetje naar te staren om te achterhalen hoe je dat doet, smeren. Na wat droog oefenen klikte het weer in mijn hoofd en kon ik van mijn boterham gaan genieten. Toen ik later deze ervaring deelde kreeg ik de vraag of ik wellicht dronken was geweest op dat moment. Die reactie leverde mij een groter “oh ja” moment op dan het uiteindelijk weer kunnen smeren van een boterham.

“Ohja, voor anderen is dit heel vreemd” was mijn eerste gedachte. Vreemd omdat ze zelf zoveel automatisch doen terwijl er voor mij niet veel automatisch gaat. Eigenlijk gaat iedere handeling bewust, dus met nadenken. Soms zoveel als met het smeren van een boterham, die ochtend. Soms wat sneller maar vanzelf gaat het nooit. En er was nog een “ohja”. “Ohja, ze hebben het echt niet door”. Hoe mijn omgeving ook meeleeft, accepteert en ontzettend lief is, zoals het hoort staat hun leven niet in het teken van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) . Zij weten niet wat NAH is, wat het hebben van een dusdanige beperking inhoudt en gelukkig zien ze me niet alleen als iemand met hersenletsel.

En dat is vaak helemaal prima want dat praat veel gelijkwaardiger en maakt dat ik me eigenlijk niet snel ziek voel in hun omgeving. En in het woordje “vaak” zit hem nu juist de crux. Meestal vind ik het prima om in ieders hoofd totaal niet ziek te zijn. Ik doe er zelf ook mijn best voor en ik weet dat ik nogal van het bagateliseren ben. Maar soms, soms deel ik zo’n ervaring om te laten zien dat het er wel is, NAH. Het is er iedere dag, ook de goede. Het is er in alles wat ik doe, ook als ik mijn best doe om het er niet te laten zijn.