Er was helemaal geen Shakespeare

Nog maar kortgeleden stopte ik met mijn wekelijkse theatermorgen. Iedere week 2 uur theatermaken is niet iets wat haalbaar blijkt te zijn voor mij. Begin deze week kreeg ik het bericht dat de theatergroep in het geheel zou stoppen met als laatste dag 20 april.

Met een bloem onder mijn snelbinders fietste ik naar de theaterwerkplaats en ik had helemaal geen zin. Het was een best wel koude aprilochtend en de dag hing lichter dan de door mij gevoelde zwaarte om mij heen. Na het een en het ander was het mijn beurt om iets te zeggen tegen de theaterjuf die het allemaal mogelijk had gemaakt. Er twijfelde heel kort iets in mij. Want wat ik ging zeggen was zo persoonlijk. Omdat nietzeggen liegen leek vertelde ik haar en iedereen die er bij was wat theatermaken op donderdagochtend had betekend. Want het was niet zomaar een clubje dat Shakespeare leerde en dit ieder half jaar op de planken bracht. Er was zelfs helemaal geen Shakespeare, afgezien van wat monologen die ik er gewoon doorheengooide omdat ik nou eenmaal opgebouwd ben uit stukjes boek en Shakespeare daar een groot onderdeel van is.

Het was als een warme dag in het bos, waar de bomen de scherpe kantjes van de zon tegenhouden. Zo’n dag dat alles wat moeizaam zou kunnen zijn, iets lichter wordt gemaakt. Met de zachte bosgrond onder je voeten en de geur van de dauw in je neus lijkt ook het moeilijkste ergens haalbaar. Ik leerde nergens beter wat het inhield om NAH te hebben. Als een waterval viel die kracht soms verpletterend op mijn hoofd, schouders. Gesteund door de groep leerde ik dat ik zo’n waterval kan opvangen en het water kan gebruiken voor mijn plantjes.

Het was een ontzettend fijne ervaring om samen met al die leuke mensen theater te maken en de wereld vanuit een andere hoek te bekijken. Gelukkig is het bos niet helemaal weg en ga ik er binnenkort weer eens fijn schuilen.