Het kader

Het is toch een rare gewaarwording. Iemand (die er verstand van heeft) die me vertelt “Maar voor mensen met NAH, zoals jij ligt dat vaak anders.” Zo’n zin doet veel, soms vraag ik me af of ze het doorhebben.

Eerst is er altijd nog een “huh, zegt ze nou dat ik NAH heb?” reactie. Direct gevolgd door een gerustellend gevoel. Het is NAH, zij weten het, ik weet het. Dit is het, het kader waarbinnen je je mag begeven. Redelijk duidelijk. Verderop in het gesprek zegt ze nog iets belangrijks:
“Uitleggen aan de omgeving is vaak moeilijk. Je zou eigenlijk die zorgen er niet bij moeten hebben, je hebt het al ingewikkeld genoeg. Maar wij -zowel doelend op het behandelteam als mijn man- weten hoe het zit. Waarom je sommige dingen niet kunt. Waarom alles zo veel moeite kost.”
En even maakt het dan niet meer uit, dan is het zo’n geruststelling, voel ik me begrepen.
Ik probeer het gevoel vast te houden. Met mijn oordoppen in in de bus. Bij de supermarkt. En bij de gedachten aan het UWV wat me gaat bellen vandaag.