Interview

De hoofdpersoon, Mia, uit mijn boek Insular woont in het Bildt in het prachtige Friesland. Ze werkt op een (fictief) eiland waar ze de theewinkel van hun huisthee voorziet, de Lunaristhee. (Overigens een perfecte thee voor bij het puzzelen. Anagrammen los je makkelijker op met een fijne thee aan je zijde) Vanwege deze lokatie had ik vandaag een prettig interview met Gerard van de Bildtse Post het nieuwsblad voor Noordwest-Fryslân.

We bespraken de tegenstellingen in het landschap, welke uitwerking dat op Mia heeft en ik deelde met plezier weetjes en fragmenten. Zodra het artikel gepubliceerd is zal ik het natuurlijk delen op deze plek!

Winter

Vandaag is het een uitzonderlijk mooie winterdag en dan maak ik graag foto’s. Deze was de mooiste van de serie. Vannacht gaat de wekker erg vroeg zodat ik nóg meer foto’s kan maken, dit keer van de maansverduistering. Als het helder is en de lichtvervuiling mee valt kan ik comfortabel vanuit huis de foto’s maken! Ik ben benieuwd of ik om 05.00 uur morgenochtend nog steeds zo enthousiast ben over de maan of dat ik me dan liever nog eens omdraai 😉

“All fired up”

Tijdens het schrijven van mijn vorige boek, Insular, leerde ik het album “Tender Prey” van Nick Cave goed kennen. Bij vlagen stond het album hard en op repeat. Ik merk dat het drijvende ritme achter The Mercy Seat, het openingsnummer van de cd, mijn schrijfspieren lekker opstookte tot vurig typen. Ook voor het huidige boek werkt het goed om me los te weken van dagelijkse beslommeringen en mijn grijsmiezerige uitzicht.

Youtube biedt het volledige album:

Inspiratie in Utrecht

Gisteren was ik in Utrecht in het Centraal Museum. Daar kun je momenteel de tentoonstelling “Caravaggio en Europa” bewonderen, met inspirerende werken door caravaggisten. Dit schilderij door Dirck van Baburen raakte mij het meest. De foto laat de linker bovenhoek zien, daar zie je de arend die dagelijks de -steeds aangroeiende- lever van Prometheus zal eten.

Detail: Prometheus wordt door Vulcanus geketend. Dirck van Baburen

Teaser 1

Kiki is terug.
Om 15.09 uur had ik het vermoeden dat ik Kiki in de slaapkamer zag zitten. Ik ging niet eenmaal, niet tweemaal maar viermaal kijken of ik het goed had gezien. Het was niet de kou of de eenzaamheid die maakten dat ik dingen zag die er niet waren. Ik wist het zeker om 15.33 uur. De klok had net drie uur geslagen. Wanneer ik dat ding eens gelijk ga zetten? Als het me negen van de tien keer stoort. Tot nu toe glimlach ik erom en geeft het me het gevoel thuis te zijn. Waar anders is de tijd een vertraging, een raadsel en een rekensom tegelijkertijd?
Kiki had haar vederlichte jurkje aan, hetzelfde dat zij droeg in het museum. Kiki op mijn bed, zo’n één meter twintig van het hoofdeinde af zit ze naar me te kijken, door me heen te kijken. Alsof ik er niet ben of alsof zij mij niet ziet omdat zij en ik dezelfde zijn. Kiek. Kiekster. Ik was er nooit eentje voor bijnamen. Ik ben niet bijster creatief met woorden. Wel weet ik alles van Kiki. 101.358 blonde haren van 67 centimeter. Een zwierig, vederlicht jurkje en twee prachtig grijs-blauwe ogen. Een gave huid met maar drie moedervlekjes, één op haar linkerbeen, één op haar onderarm en één boven haar lip aan de rechterkant. vier letters in haar naam en geboren op de mooiste dag van de mooiste maand in het mooiste jaar. Kiki, haar naam proeft alsof er twee lieflijke feeën tikkertje spelen over mijn tong. Nu hoef ik nooit meer alleen te zijn.

Ondertussen zit ik hier beneden en ik weet niet zo goed wat ik moet doen met Kiki daarboven. Ik heb nog geen ‘Hallo’ gezegd. Het dwarrelt nog in mijn hoofd en ik weet niet eens of ik wel hallo wil zeggen. Wat zeg je tegen iemand die altijd in gedachten bij je is geweest? Die jaren met je gedeeld heeft? In wiens bed je sliep tot de zonnestralen je wakker kriebelden? ‘Hallo? Leuk dat je er weer bent? Wil je koffie? Of ben je meer een theedrinker geworden? En drink je die met suiker? Ben je een rooibos type of een Earl Grey? Drink je je koffie langzaam en van Arabica of snel en zie je wel? Moet er een koekje bij of een taartje en knabbel je er dan een stukje af en laat je de rest liggen met een spijtige blik of ligt het taartje er zo kort dat ik me kan afvragen of het er ooit gelegen heeft?’ Is het na het hallo misschien weer heel snel ‘Tot ziens’?
Als ik hier blijf zitten blijft Kiki Kiki.
Kiki zoals in mijn hoofd. Wit, licht en geurend naar zacht zoete zomernamiddagen. Als ik hier blijf zitten ben ik niet alleen want Kiki zit hierboven. Wil ik haar niet liever in mijn armen sluiten, met mijn handen over haar haren gaan en haar ruiken zoals ze rook? Ik weet niet wat ik wil en de klok slaat alweer vier maal. Iets over half vijf is een prima tijd om even te gaan wandelen. Moet ik Kiki vertellen dat ik ga? De deur op slot doen? Koekjes en melk op de keukentafel laten staan? Ik heb niet eens koekjes en zeker geen melk. Wacht, ik sluit de deur gewoon. Het komt goed, het komt vast allemaal goed.