Serie

Nieuwe fotoserie: “Om de hoek” met foto’s die, zoals de naam als doet vermoeden, “om de hoek” gemaakt zijn. Er is zoveel moois te vinden! #odh

Zonnekuikentje

Dat we best wel veel zonnekuikentjes in ons huis hadden. Dat zei ik tegen de Fries waar ik mee getrouwd ben. En hij keek me aan met een hoogst verbaasde blik op zijn gezicht. Zonnekuikentje is in mijn wereld een heel normaal woord voor een Lieveheersbeestje. Er zit veel bijgeloof aan het zonnenkuikentje en dat resulteert in de meest mooie benamingen. Zonnewende Vogel is toch ook een favoriet. In het boek “De dieren in het Germaansche volksgeloof en volksgebruik” door
mm.a.j.w Baron Sloet en Martinus Nijhopf. staan nog heel veel meer namen. Mijn bron is een door Google ingescand boek op Archive.org. (Wat fijn he, dat kennis zomaar beschikbaar kan zijn!)

Oude namen voor het zonnekuikentje zijn onder andere Preijahaena, Zonne-
en Zonnewende vogel, Zonnekuiken.
Voor zover ik begrijp heette het beestje naar de godin Freya. Vandaar dus Preijahaena en ook Freyafugle. Tot aan de kerstening. Toen werd het een
Herrgottesthierchen, lieveheersbeestje.

Naast allerlei namen zijn er ook verschillende versjes en bijgeloof omtrent het zonnekuikentje.

Zo zongen (zingen?) meisjes in Witten een versje waarin ze het zonnekuiken vragen wanneer ze bruid zullen zijn. Het beestje zit op dat moment op hun wijsvinger. Ze tellen op: 1 jaar, 2 jaar, 3 jaar.. en wanneer het kuikentje vliegt hebben zij hun antwoord. Ik kan me voorstellen dat tot 100 jaar tellen niet heel erg gewenst is in dit geval.

In andere landen (bijvoorbeeld zwitserland) vertelt het bijgeloof dat het zonnekuikentje mooi weer kan opleveren. Als het maar naar de goede kant opvliegt aan het einde van je versje.

Het door mij geciteerde boek is nog vele, vele malen uitgebreider met de meest prachtige namen, versjes en bijgeloven. In mijn enthousiasme heb ik natuurlijk veel overgeslagen maar ook veel geleerd 🙂

Olifantenpaadje

Een nieuwe baan, we weten allemaal dat dit meer energie kost dan de baan die je al 10 jaar hebt. Nieuwe mensen, nieuwe gebruiken, andere eisen. Zelfs de route naar je werk is nieuw. Om niet voor al te veel verrassingen te staan kan het zijn dat je op de dag voor je begint alvast de route hebt gefietst of gereden. Dan is het meteen niet meer zo nieuw. En kost het minder energie op je eerste werkdag. Dat kun je immers wel gebruiken want dat is best spannend, hoe relaxed en doorgewinterde “eerste maler” (iemand die iets voor de eerste maal doet)  je ook bent. Ik beschreef het in 2013 in mijn blog over automatismen.  Een superhandige shortcut van je hersenen om niet zo heel veel energie kwijt te zijn aan de meest voorkomende taken. Na 3 maanden ben je niet  zo nieuw meer op je werk en zeker na een jaar is het olifantenpaadje in je hersenen mooi ingesleten.

Maar wat nou als je geen automatismen hebt? En ze ook niet aanmaakt? Dat het iedere dag opnieuw heel veel energie kost om je meest basale dingen uit te voeren? Zoals ontbijten. Of aankleden? Zonder dat ga je toch echt niet naar buiten, of wel? Ik stap in ieder geval niet vanuit mijn bed de voordeur uit. En dat wat tussen die twee momenten zit kost me een derde van mijn dagenergie. Dat houdt in dat als ik om 10.00 in de ochtend buiten zou willen staan ik al een derde van mijn energie kwijt ben. Evengoed als ik om 07.00 uur buiten zou willen staan overigens. Om 07.00 uur is de dag nog niet voor een derde voorbij. Dus daar ligt een probleem.

Ik kan op vrijdag bedenken dat ik de zondag erop graag wil wandelen. Laten we het prachtige Springendal nemen, het staat nog steeds op mijn wensenlijstje. Maar op zondag kan er wat gebeuren waardoor ik niet door een derde maar door de helft van mijn energie heen ben. Of wat te denken van de zaterdagavond waarop mijn buren tot laat barbecueĂ«n. Ik slaap er wat slechter door. ’s Ochtends blijk ik ook nog eens “gewoon, door het hebben van hersenletsel” energie kwijt te zijn. (Dit om aan te geven dat ook het hebben van hersenletsel op zich energie kost, ook “zomaar” ).

Dan kan die hele wandeling op het Springendal niet doorgaan. Ook niet met doorzetten, op karakter of niet zo zeuren. Het is er gewoon niet, het zit er niet in. Niet alleen het wandelen kan niet doorgaan. Ook het bezoeken van vrienden, familie, uitjes of welk een andere gezellige vrijetijdsbesteding u kunt bedenken, het kan niet doorgaan. Overigens: koken, stofzuigen of iets huiselijks vaak ook niet. Ziek zijn is dan slapen.

Het was tot nu toe eigenlijk niet een heel groot probleem. Lastig, dat zeker. Begrijp me niet verkeerd, leuk is zeker anders. Maar met slagen om de arm een afspraak maken is best te doen. En zelf kun je ook leren met de teleurstelling om te gaan. Als ik mijn ochtendprogramma had afgerond kon ik een taxi boeken (wmo vervoer, regiotaxi genaamd in deze contreien) voor over een (paar) uur. En dan kon ik een leuke dag hebben.

De gemeente waar ik woon veranderd het wmo vervoer. Ik moet nu op de dag voordat ik iets ga doen weten of ik dat kan. Met mijn niet aangeboren hersenletsel is dat gewoon niet mogelijk. Ook weet ik niet of ik ergens gezellig een paar uurtjes blijf of dat de energie al in een kwartier op is. Dus ook een terugweg is niet te voorspellen. Door deze verandering in het beleid kan ik nauwelijks meer van deze voorziening gebruik maken. Een voorziening die er is om mensen met een beperking mobiliteit te geven. Zodat hun wereld niet zo klein is. Zodat het sociale netwerk bezocht kan worden ( u weet wel, vrienden en vage kennissen die niet meer bezocht kunnen worden maar die wel als de nood aan de man komt droommantelzorger worden. Zo werkt dat)

Ik ben niet de enige met zo’n energiebeperking. En ik kan niet begrijpen dat er zoveel mensen in de kou gezet worden door dit gemeentelijke beleid.

 

 

samen

Het maakt niet uit waar ze is.
Stiekem op het bed waar ze niet mag
In haar favoriete holletje of zomaar aan het uiteinde van de bank.
Als ze het geschraap van de balkonstoel hoort komt ze aangewandeld. Niet te snel, zo snel is haar punt van focus ook niet. Als er eenmaal genoeg geschraapt is met de stoel is het tijd om te beginnen met dat waar ze voor in de benen kwam.

Knuffelen. Knuffelen van benen, voeten en van de grond. Om dan, net zo als haar punt van focus moeilijk in de verte te gaan staren en eens diep te zuchten: wat is het toch fijn!