Renate Oude Nijeweme
Portfolio

2^10^118

twee tot de machttien tot de machthonderdachttienmeter sterrenstofraasde ik voorbijom te vinden watik zocht: mij. je had het koudzag ik direct en mijnhanden staken inzakken met bonnetjesvan restaurants enbitterballen met vlammetjes natuurlijk lustte ikook graag een glas met bieren zo gezeten aan detoog vroeg ik naar hier ik werd duizelig vanhet hier en daar wasjij nou jij of was jij iken wie moest ik zijn danjij kletste maar en ikpraatte wat en opeenswerd het zonneklaar als jij hier ik was en ikhier ook…

Beminde in het duister

Voor Lizzie Siddal Lizzie, mijn beminde Lizzie waar is mijn dochter waar is mijn rede, Lizzie waar ben ik gebleven? Met je ogen gesloten lees je mijn diepste gedachten het wordt tijd Lizzie, het wordt tijd het licht te zien Mijn lust vrat mijn visie wat overblijft ben jij, mijn beminde in het duister Lizzie, in de nacht achtervolg je mij De klokken luiden, Lizzie ze roepen, ze dwingen mij de fungus tiert welig, Lizzie om mijn voeten, mijn lijf Lizze verschoon me…

Ik leun over de reling

Ik leun over de reling van de ​Szabadság híd staar in de diepte en bereken mijn kans mijn geloof liet ik achter op het kussen van hotel Gellért in ruil voor het snoepje dat ik die avond genoten had Een vogel staart me aan zijn ogen blikkeren triomfantelijk in de vertrekkende zon hij weet waarom ik hier sta ik ruik de vervlogen hoop voel de snelheid van mijn vlucht en miljoenen waterdruppels verdrijven mijn eenzaamheid

Reflecties in het water van de Maas

Ze zag hem niet. Hoe kon het ook anders, de ondergaande septemberzon scheen hem fel in de ogen, hetzelfde licht moest ook haar het zicht ontnemen. Zijn handen grepen de balustrade nog iets steviger vast. Hij staarde naar beneden, naar het water van de Maas. Zo af en toe gleden zijn ogen naar rechts, naar de kade waar zij stond. Was zij eerst de frêle dame aan zijn arm die hij graag de wereld liet zien, nu kon hij slechts naar haar kijken…

Tijdsvlucht

op het horloge twee keergroter dan zijn polskijkt hij hoe laat het is leunt nonchalant met zijn rug tegen mijn zielbeweegt zijn hoofd op het ritme van het bloeddat door mijn aderen stroomtals was hij een hoedenplankhondje en geeft mij net dat zetjeduwt mij harder hogermijn vlucht op de schommelgeknoopt tussen twee grotelindenbomen de vrije val giert door mijn longenlaat de secondenwijzer inmijn ogen even verstommen