Tijdsvlucht

op het horloge twee keer
groter dan zijn pols
kijkt hij hoe laat het is

leunt nonchelant met zijn rug tegen mijn ziel
beweegt zijn hoofd op het ritme van het bloed
dat door mijn aderen stroomt
als was hij een hoedenplankhondje

en geeft mij net dat zetje
duwt mij harder hoger
mijn vlucht op de schommel
geknoopt tussen twee grote
lindenbomen de vrije val

giert door mijn longen
laat de secondenwijzer in
mijn ogen even verstommen

Langzame Passen

Ieder moment kan ik het doen
opstaan
schoenen aan
nog even in de spiegel kijken of
juist niet want geeft het nog?
jas aan
zal ik denken aan een sjaal als ik ga
zal de kou me deren als ik

het besluit genomen
lange langzame passen
in een film zou het nu donker zijn
en regenen en jij zou thuis radeloos
denken dat je niet wil en me
toch achterna gaan

De avond is helder en ik zie veel sterren
eigenlijk is de avond wel zacht
een vleugje lente kriebelt mijn hersenen
ik weet niet waarheen
ik dwaal wat

In mijn zak brandt mijn sleutel
op het puntje van mijn tong
een sorry
zullen we het nog eens proberen
maar dan anders, beter?
Als jij nou dit en ik nou dat

Dan dwaal ik ‘s avonds niet meer af
laat ik het moment voorbij gaan
schreeuw ik alleen in mijn kussen
tot het over is en dan
ben jij er
en ik

2^10^118

twee tot de macht
tien tot de macht
honderdachttien
meter sterrenstof
raasde ik voorbij
om te vinden wat
ik zocht: mij.

je had het koud
zag ik direct en mijn
handen staken in
zakken met bonnetjes
van restaurants en
bitterballen met vlammetjes

natuurlijk lustte ik
ook graag een glas
met bier en zo gezeten aan de
toog vroeg ik naar hier
ik werd duizelig van
het hier en daar was
jij nou jij of was jij ik
en wie moest ik zijn dan

jij kletste maar en ik
praatte wat en opeens
werd het zonneklaar
als jij hier ik was en ik
hier ook dan werd het
nutteloze nutteloos

jij kreeg een idee wat
mij subiet te binnen viel
jij haaste je naar huis
waar ik afgemat wachtte

jij knoopte het touw
ik legde de lus
jij stond op de stoel
ik trapte hem weg
jij liep blauw aan
ik snakte naar adem
stierven wij twee tot de macht
tien tot de macht honderdachttien
meter verderop eveneens samen?