Type your search keyword, and press enter

Wat er eerst niet was

Ergens rond 2010/2011 richtte ik mijn eigen uitgeverij op. Ik had een niche en wilde dolgraag boeken uitgeven, met boeken bezig zijn. Veel anderen hadden de wens een boek te schrijven maar vonden het hele uitgeversgedoe niet interessant. Prima match! Helaas kwamen de boeken er uiteindelijk nooit en had ik een uitgeverslicentie in de kast liggen. Als dat nou het ergste was… Ik had een droom in de kast liggen! En daar ben ik niet zo van, van dromen laten liggen. Of ze uit te stellen tot “later”. Want zoals u allen weet van de vele tegeltjes: “later is allang begonnen.” Daarnaast heeft natuurlijk niemand een program van het concert des levens 😉

Toen ik dacht dat ik ademruimte had (en wat kan een mens zich daar toch kostelijk mee voor de gek houden! ) maakte ik mijn eigen gothicaandoende boekje. Wellicht wat vroeg in het proces maar dat kan ik juist iedereen aanraden. Dan heb je dat maar gehad. En nog veel belangrijker: je leert er immens veel van. Van selecteren, van volgorde, van papiersoort en lettertype. Van “wil ik de nummering onderaan of bovenaan” en “Hoeveel marge wil ik?” leer je. Je kunt je verliezen in duizenden details en uiteindelijk bedenken “het is maar een boek” . Om vervolgens overeind te schieten en er met je meest felle gedachte achteraan denken: Maar wel mijn boek!

Ik heb eigenhandig een boek in elkaar gezet. Over elk maar dan ook elk detail is nagedacht, over het algemeen is er onderzoek naar gedaan wie het waarom op een bepaalde manier deed en daar heb ik dan weer een keuze in gemaakt. Ik heb met spanning de eerste proefdruk uit de handen van mijn postbode gegrist die me al had leren kennen van de “is er echt echt echt niet een pakketje bij voor mij” blik en het stalkgedrag in de dagen (die stiekem weken waren) ervoor. Om vervolgens natuurlijk het pakketje niet te durven openmaken. Om vervolgens te gaan staan dansen op mijn balkon van genoegen: dit was wat ik voor ogen had!

Ergens had ik met mijzelf afgesproken: zo is het wel goed, droom gedaan, vinkje: klaar.
Blijkbaar vind ik schrijven daar iets te leuk voor. Mijn timing zal wel anders zijn. (Iets met een lange adem).
En mocht het volgende boek wederom gedrukt gaan worden dan kan ik teren op een heleboel research met betrekking tot al die details die een boek een boek maken.

Bestel “Oppervlaktespanning” nu via Lulu en ontvang nog eens 5% korting met de code “EVG15” !

Reflecties in het water van de Maas

Ze zag hem niet. Hoe kon het ook anders, de ondergaande septemberzon scheen hem fel in de ogen, hetzelfde licht moest ook haar het zicht ontnemen. Zijn handen grepen de balustrade nog iets steviger vast. Hij staarde naar beneden, naar het water van de Maas. Zo af en toe gleden zijn ogen naar rechts, naar de kade waar zij stond. Was zij eerst de frêle dame aan zijn arm die hij graag de wereld liet zien, nu kon hij slechts naar haar kijken en gissen. Gissen naar wie ze was, wat ze dacht. En waarom ze vandaag aan de oever van de Maas stond.
Uit alle macht probeerde hij zijn ogen niet langer dan een minuut te sluiten. Dan kwamen ze weer, de beelden, de geluiden. Voelde hij weer hoe het bloed naar zijn hoofd steeg terwijl het al brandde van de koorts. Hoorde hij weer het “Courage! On les aura” galmen in zijn oren.
Hij voelde zich aangetrokken door het water maar hij wilde de reling niet los laten, niet nu.

Het viel haar zwaar om hier te staan.
Ze hoefde niet veel moeite te doen om de dood te ruiken. Een geur die ze voor altijd met Verdun zou associëren. Hij dacht dat ze hem niet zag. Hoe hij daar stond met zijn blik op oneindig terwijl zijn handen de balustrade stevig omklemden. De septemberzon liet zijn gezicht oplichten als ooit te voren de vlammen deden. Zij zag hem, natuurlijk zag zij hem. Net zoals ze hem ‘s nachts zag als hij wakker schreeuwde uit de zoveelste nachtmerrie. Ze zag hem als hij op zijn stoel bij het raam het slapen uitstelde, ze zag hem als hij gehurkt onder de douche hoopte dat de wereld hem vergat. Ze zag hem telkens als hij dacht dat zij hem niet zag.

Haar blik gleed naar de stadspoort, bracht haar naar de beginjaren van hun relatie. Nog steeds kon ze voelen hoe haar jurk om haar enkels vloeide terwijl ze naast hem liep door de straten van Parijs. Was het niet gisteren dat ze samen de meest opwindende avonden beleefden? Dat hij haar had meegenomen naar de premiere van een ballet, Le Sacre du printemps in het meest moderne theater dat ze ooit gezien had? Wat een veelbewogen avond was dat. Ze had geprobeerd te genieten van het ballet en de muziek maar de opstootjes in het publiek hadden haar angstig gemaakt. Hij had haar aangekeken met de rustige, zelfverzekerde blik die ze van hem kende en dat had haar het vertrouwen gegeven dat ze veilig was. Met de gedecideerdheid die zo bij hem hoorde nam hij haar een paar dagen later nogmaals mee naar hetzelfde ballet. Nu er geen opstootjes waren kon ze genieten van de opwinding die de stampende Russische boeren aan haar overbrachten. Wat was het toch een heerlijke tijd!
Haar mijmeringen gaven haar de moed om weer te kijken naar de brug waar hij onveranderd naar de kringen in het water staarde. Ze wist dat de gedachten aan zijn overleden kameraden de herinneringen aan het verleden hadden vervaagd. Dat haar werk in de gaarkeukens een lichtvoetige dansavond was naast de gruwelen waar hij doorheen ging op bevel van generaal Petaín. Zijn pijn sneed door haar ziel, kerfde er iedere dag een reepje uit, vormde letters, vormde woorden. Iedere dag deed het meer pijn hem zo te zien en iedere dag, bij de laatste letter, drong zich de gedachte op of wat hier gekerfd stond ooit gezien zou worden. Of hij haar ooit weer zo diep in haar ogen zou kijken dat hij haar ziel kon zien.

Zijn adem stokte en even was hij terug in de tijd. Het was alsof er geen jaren verstreken waren en het weer 1916 was. Hij hoorde ze weer, rook de explosies weer. Voelde ze zoals ze toen voelden. Alsof hij vastgebonden was aan een paal. Hij kon geen kant op, er was geen uitweg. En op dat moment kwam er een man met een hamer op hem af om op een centimeter naast zijn hoofd te gaan hakken. Zo herinnerde hij zich de oorlog. Iedere slag naast zijn hoofd benam hem zijn adem, door de intensiteit en door het besef dat hij nog ademde. Hij doorleefde weer hoe hij niet anders kon dan zich te willen overgeven, hoe hij wenste dat hij de kracht had om tot zijn god te bidden.
Hij kon alleen maar hopen dat hij aan de rand van deze hel van herinneringen kon blijven staan. Het had hem al alles gekost wat hij in zich had om hier te komen. Hoe moest hij zich staande houden? Alleen de balustrade van deze brug gaf hem steun. Alleen de weerspiegeling van de zon in het water gaf hem glans.

Bonsai

De Jasminium nudiflorum oftwel Winterjasmijn, bij binnenkomst.

Niet zo lang geleden werden er twee mooie bonsaiboompjes bij me bezorgd.
De Zanthoxylum Piperitum

Zanthoxylum piperitum
De Zanthoxylum piperitum oftwel peperboompje bij binnenkomst.

en een
De Jasminium nudiflorum oftwel Winterjasmijn, bij binnenkomst.
De Jasminium nudiflorum oftwel Winterjasmijn, bij binnenkomst.
Respectievelijk de peperplant van 7 jaar en Winterjasmijn van 6 jaar.

Ze vielen met hun neus in de boter hier, gesmolten boter helaas 😉 . Het zijn tropische bomen en die vinden alles best als het maar warm is en een hoge luchtvochtigheid. Hier in huis is dat geen probleem. Helaas bestaat er ook voor tropische bomen zo iets als “overkill” . En dat was het de laatste weken natuurlijk wel. Dit huis koelt heel moeilijk af en de temperaturen zijn binnen vrijwel niet onder de 25 graden geweest. Vandaar dat we ook prachtige, vruchtdragende peperplanten hebben die we hebben laten opkomen uit zaadjes. En die heb ik ergens in juni gepland. (En dus nu al vruchtdragend!). Goed, Madame Jeannet, Rawit en consorten vinden dit een heerlijk klimaat, mijn bonsai’s schrokken zich -gelukkig niet letterlijk- dood. Ze moeten wennen aan hun nieuwe onderkomen en ik hoop van harte dat ze het redden. De stammen zijn van beide nog mooi gezond maar vooral de Peperboom voelt zich niet prettig. In een poging haar wat te redden heb ik haar teruggesnoeid zodat alle energie naar overleving kan gaan. Gelukkig zit het weer wat mee en hoop ik nu de omstandigheden wat meer naar mijn hand te kunnen zetten.

Geen foto’s van de staat van de bomen nu maar ik hoop over een half jaar weer een fijne update te kunnen geven van blije boompjes die vol goede moed de lente ingaan.

Hoofdgerecht

Zo’n hoofdgerecht waar eigenlijk niets bij past. Vast herkenbaar: te sterk qua smaak of structuur of gewoon te veel.
Hersenletsel is voor mij zo’n gerecht. Niets gaat er echt samen mee. En waar ik eerst moest wennen aan een leven zonder studeren, rijbewijs, baan, kinderen, huishouden zoals ik het wil etc. zo moet ik nu wennen aan het moeizame van hersenletsel en de rest. Hersenletsel en schrijven bijvoorbeeld gaat een stuk minder goed samen dan ik zou willen. Want er hoeft niet veel te gebeuren of alle woorden betekenen opeens hetzelfde, lijken op elkaar. En ik wil zo graag schrijven dat ik uit elkaar spat van de zin. Hersenletsel en (theater)regieassistentie gaat nog minder goed samen. En dat betekend dat ik eerst iedereen uit mijn weg mep met een “ja hoor, doe ik wel!” om er vervolgens, als de realiteit weer een beetje ruimte krijgt in mijn hersenpan, op terug te komen.

Het heeft me ook even gekost om hersenletsel een plekje te geven op deze vernieuwde website. Waar ik eerst ruim twee jaar aan blogs had over het krijgen van mijn diagnose en mijn strubbelingen met het inpassen van hersenletsel in mijn schema (ja, ik hoor u lachen. Ik kwam er ook achter dat dit niet de manier van aanpak was) wilde ik er nu een breder blog van maken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het vindbaar maken van een aantal van mijn blogs over NAH (zie menustructuur aan de linkerkant) en een heleboel blogs lekker te archiveren om niet alleen u maar ook mijzelf niet telkens lastig te vallen met gedane zaken.

Hersenletsel en bloggen gaat ook minder goed samen, zeker nu ik wat meer interesses een plek probeer te geven in mijn activiteitenweger. Dus ik beloof niets maar type naar gelang de wind waait een stukje.

Sirtaki

(..)

mijn wortels deden de sirtaki
met de knoppen die maar niet
bloeien wilden en langzaam
blakerden mijn kleuren de
dood tegemoet verweven
met jouw onsterfelijkheid

“Sirtaki” zit al tijden in een mapje te wachten op meer of op juist minder. Het eerste deel heb ik nu verwijderd om de laatste strofe met jullie te delen. Misschien dat je haar ergens een keer tegen komt in een andere vorm of een langer gedicht, herschreven. Ik hoop dat een beetje lucht haar goed doet 🙂

Kaft en Titel

3dbook Hartstikke trots presenteer ik bij deze mijn boekkaft en de titel van mijn boek!

 

 

Bewaren

Bewaren